Metatrichoniscoides leydigii

Nederlandse naam: Blind pissebedje

System-Map-icon

Blind pissebedje

Beschrijving:

Het Blind pissebedje is een kleine, witte, soort zonder ogen. Het hoofd is breder dan bij andere Trichoniscidae. De flagel van de antenne heeft een onduidelijk aantal leedjes en de antenne zelf is bedekt met een heleboel conische stekels. Het lichaam is ruw met vele bulten. De epimeren van de eerste drie pleonieten zijn lichtjes omhoog geknikt waardoor de soort een robuust uiterlijk heeft in vergelijking tot andere Trichoniscidae. Het eerste en tweede pleopodenpaar van het mannetje zijn zeer kenmerkend en noodzakelijk voor een zekere determinatie. Kenmerkend is de endopodiet van de tweede pleopood die een doorschijnende, belvormige top heeft. 1,8 – 3,2 mm.

Habitat:

Blind pissebedje wordt in België in de polders in min of meer natuurlijk habitat gevonden en komt daarbuiten louter in bebouwde omgeving voor. In de polders leeft de soort aan de oevers van beken en grachten maar ook in schorrengebied. In deze kleigronden kan de soort diep weg kruipen, zeker in zomermaanden, waardoor Blind pissebedje er bijzonder moeilijk te vinden is. Uit specifiek onderzoek naar bodemfauna in Nederland bleek de soort er wel algemener dan eerder aangenomen. Vermoedelijk is dit ook het geval in België. Buiten de polders wordt Blind pissebedje in en rond kerkhoven, oude spoorwegbermen, wegbermen en in tuinen gevonden. Blind pissebedje kan gevonden worden onder stenen en dood hout, vooral als ze dieper in de grond zitten. Ook langs duikers over beekjes is de soort relatief goed te vinden door wortelmatten van het beton los te trekken en daartussen te zoeken. Blind pissebedje wordt zelden in hoge aantallen gevonden, meestal één of enkele individuen.

Verspreiding in België:

Een zeldzame soort in de polders en de zand­leemstreek. Zeer zeldzaam in de leemstreek, ontbreekt in het oosten en zuiden.

EN:

A rare species in the polders and sandy loam area, very rare in the loam area. Absent from the rest of the country. Lives in clay soils along small streams in agricultural areas and in salt marshes. Anthropogenic on graveyards, gardens, roadside verges and railway verges.

FR:

Rare dans les polders et la zone sablo-limoneuse, très rare dans la zone limoneuse. Absent du reste du pays. Vit dans les sols argileux le long de petits ruisseaux en zones agricoles et dans les marais salants. En milieu anthropique dans les cimetières, les jardins et les bordures de route et de chemin de fer.

Verspreiding in buurlanden:

Een soort die uitsluitend voorkomt in West-Europa en voorlopig enkel gekend is uit Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. In Frankrijk werd Blind pissebedje slechts in enkele grotten aangetroffen. Voor de overige buurlanden is de verspreiding gelijkaardig als in België: natuurlijk habitat in kustregio’s en antropogeen habitat in het binnenland.

Literatuur:

Vandel (1960, 1962), Hopkin (1991), Berg & Wijnhoven (1997), De Smedt et al. (2016a).

Afdrukken