Leefgebieden

De landpissebedden komen in heel veel verschillende biotopen voor. Over het algemeen op plaatsen waar het vochtig is en waar voeding aanwezig is. Toch blijkt echter dat bepaalde soorten aan een bepaald biotoop gebonden zijn of verkiezen. Andere soorten (de cultuurvolgers) komen dan weer in meerdere biotopen voor en passen zich gemakkelijk aan. Maar er zijn ook soorten die gedurende de verschillende seizoenen in verschillende biotopen voorkomen. Dit maakt het moeilijk om landpissebedden in te delen in de verschillende biotopen. Bovendien zijn de grenzen van de besproken biotopen onduidelijk.

Moeras
Het moerasbiotoop is een moeilijk te definiëren biotoop. De grenzen zijn nogal vaag. Maar het is wel fysisch gedefinieerd en er zijn een sterk uiteenlopend aantal vegetatietypen. Een moeras is een gebied dat geen uitgesproken watervlakte is, maar het is ook geen vasteland. Over het algemeen zijn dit gebieden waarvan de bodem het hele jaar verzadigd is met water. Een soort die in dit biotoop voorkomt is bijvoorbeeld Ligidium hypnorum.

Graslanden
Graslanden zijn gebieden waar het hoofdaandeel van de vegetatie uit grassen bestaan. En waar weinig boomopslag aanwezig is. Deze gebieden kunnen begraasd worden of als hooiland dienen. De graslanden zijn onderverdeeld in natte en droge graslanden .

- Natte graslanden zijn te herkennen aan de vegetatietypen (vochtminnende planten) met onder andere soorten zoals dotterbloemen, moerasspirea en boterbloemen. De ondergrond van deze gebieden is tijdens vochtige perioden verzadigd met water.

-Droge graslanden zijn graslanden die zelden verzadigd zijn met water. Hier groeien vooral droogte tolerante planten. De soorten die hier goed gedijen zijn Trachelipus rathkii en Armadillidium nasatum.

Bosgebieden
Bosgebieden zijn boomrijke gebieden, deze worden onderverdeeld volgens boomsoorten, vochtigheid en begroeiingsdichtheid. In de vochtige bossen vinden we Philoscia muscorum, Oniscus asellus, Porcellio conspersum, Armadillidium pictum, Armadillidium pulchellum en Armadillidium opacum.

Humuslaag
De humuslaag is een deel van de bodem dat ontstaat na afbraak van organisch materiaal zoals dode bladeren, rot hout, enz. Hier treffen we de meerderheid van de soorten uit de families Trichoniscus en de Haplophthalmus.

Kreupelhout
Kreupelhout is een vegetatietype dat gedomineerd word door laagblijvende bomen en houterige planten. Dit zorgt er voor dat het een zeer veelzijdig habitat is met een zeer grote diversiteit aan soorten. Hier komen ook soorten vanuit bosgebieden en de humuslaag voor. Dit habitat herbergt buiten landpissebedden ook een groot aantal insecten, Myriapoda (Meerpotigen), Arachnidae (spinachtige) en platwormen. Het aanwezige dood hout is vochtvasthoudend en rondom wordt een wolk vochtige lucht gecreëerd, dit heeft een grote aantrekking op allerlei ongewervelden.

De corticole
De corticole omvat losse schorsschilfers, kleine scheurtjes in bomenschors en plantenstengels. Dit vormt een toevluchtsoord tijdens de winter voor verscheidene diersoorten en is een interessante plaats voor het afwerpen van eitjes, omdat er een sterk fluctuerend microklimaat is. Aan de zonnekant is de temperatuur al snel enkele graden hoger dan de luchttemperatuur. Zo komt het dat Porcellio scaber die we onder stenen of in houtstapels vinden tijdens lente en zomer, in de herfst emigreert naar wilgen of platanen en zich verschanst onder de schors op een hoogte van 1,5m tot 2m.

Kalkrijk gebied
Dit zijn gebieden waar veel kalk in de ondergrond aanwezig is. Een indicator van dit gebied is het voorkomen van de maretak. Een kalkminnende soort is Porcellio spinicornis, die we hier massaal vinden en die op kalkrijke muren en droge stenen voorkomt.

Troglofielen
Troglofiele soorten zijn soorten die leven op schaduwrijke plaatsen, zoals in kelders en grotten, maar we kunnen ze ook wel vinden aan de oppervlakte onder een steen of andere schuilplaatsen. De meeste soorten die in dit biotoop leven zijn te herkennen aan de weinige pigmenten die ze hebben. Maar ze hebben niet allen hun pigment verloren. Androniscus dentiger, Porcellio dilatatus zijn soorten die we hier kunnen terugvinden.

Warmteminnend
Warmteminnende pissebedden zijn soorten die naar de oppervlakte komen om te zonnebaden, en van zodra de luchttemperatuur daalt, kruipen ze weer dieper weg in hun schuilplaatsen. Ze zijn het gemakkelijkst te vinden na een koude periode op stenen of schors in de zon.

Antropofielen
Hier vinden we soorten die in de buurt van mensen leven of zich aangepast hebben aan menselijke omgevingen ( cultuurvolgers). Hier vinden we veel soorten terug omdat er in bewoonde gebieden veel biotopen nagebootst worden bijvoorbeeld in tuinen en vochtige kelders.

Afdrukken E-mail

© 2014-2018 - Spinicornis.be