Platyarthrus hoffmannseggi

Nederlandse naam: Mierenpissebed

System-Map-icon

IMG 9374 - kopie

Beschrijving:

Zeer kenmerkend spookachtig uiterlijk: klein, breed, plat en wit. Dikke antennen, mat en met talloze schubjes bezet. Het eerste lid van de tweeledige flagel is zeer kort. 4 - 4,5mm

Bron: (Berg en Wijnhoven, 1997)

Habitat:
Gebonden aan mierennesten, waar hij in grote aantallen aanwezig kan zijn, en wordt meestal samen gevangen met mieren. Waarnemingen buiten een mierennest zijn relatief zeldzaam en betreffen vaak individuen in verlaten nesten.

Zijn voorkeur gaat uit naar nesten in kalkrijke klei, en in mindere mate kalkrijk zand. Net als de gastheer is hij warmteminnend, maar niet uitgesproken droogtetolerant. Goede biotopen zijn graslanden, bermen, dijken, groenvoorzieningen, tuinen, parken en dergelijke.

De mierenpissebed ontbreekt meestal bij mieren met een nest in bossen, in kalkarm en droog zand en in vochtige veenbodems. Het is een eurytope, weinig kritische soort.

Bron: Pissenbeddenproject.nl

Ecologie:
Platyarthrus hoffmannseggi wordt veelvuldig aangetroffen in de nesten van Lasius- en Myrmica-soorten, maar lijkt geen voorkeur te hebben voor bepaalde mierensoorten. Het voorkomen wordt eerder bepaald door de grondsoort waarin het mierennest zich bevindt.

Overwintering vindt meestal plaats in verlaten mierennesten. In het voorjaar zoeken ze een nieuw nest op door af te gaan op de geur van een nest. De beste tijd om P. hoffmannseggi te inventariseren is het voorjaar als de mieren erg actief zijn en hun nest niet te diep in de bodem ligt.

Het omkeren van donkere stenen of stronken levert vaak een mierennest op met actieve mierenpissebedden in de toegangswegen tot het nest. Hij is opvallend vaak te vinden in de buurt van wortelluizen, wellicht meesnoepend van de honingdauw.

Bron: Pissenbeddenproject.nl

Verspreiding in België:

Algemeen, verspreid.

Bron: (Wouters et al. 2000)

Verspreiding in buurlanden:

Nederland: gebonden aan klei en zijn voorkomen is beperkt tot de zee- en rivierkleigebieden van het land. Hij komt algemeen voor in Limburg, Zeeland, de Hollandse provincies en langs de grote rivieren en is niet zeldzaam op sommige Waddeneilanden. Hij ontbreekt in grote delen van Noord-Brabant, de Veluwe, Drenthe en het oosten van Gelderland en Overijssel, met name op de zandige delen; Groot-Brittannië: algemeen, verspreid in het zuiden (Harding & Sutton 1985); Duitsland: algemeen, verspreid (Gruner 1966, Jörg Spelda pers. med. 2005).

Literatuur:

Harding & Sutton (1985: ecologie), Berg (1995c: ecologie), Wijnhoven (2000, 2001a: ecologie), Berg et al. (2008).

Afdrukken E-mail

© 2014-2018 - Spinicornis.be