Trichoniscoides helveticus

Nederlandse naam: Rivierkleipissebedje

System-Map-icon

Rivierkleipissebedje

Beschrijving:

Rivierkleipissebedje en Zeekleipissebedje zijn uiterlijk identieke soorten en kunnen in het veld niet van elkaar onderscheiden worden. De soorten zijn wit, crèmekleurig, lichtroze tot zelfs opvallend oranje van kleur met vaak heldere roze en witgele vlekjes naar het einde van het lichaam toe. Het lichaam en antennen van beide soorten zijn bedekt met kleine knobbeltjes. Het oog bestaat uit één ocellus die kenmerkend roodbruin van kleur is. Vanuit deze ocellus stralen roodbruine vertakkingen straalsgewijs uit.

Voor een zekere determinatie is genitaal onderzoek van mannetjes nodig, vrouwtjes van beide soorten zijn niet van elkaar te onderscheiden. Op de hoek van de exopodiet van de eerste pleopood van het mannetje staan bij het Rivierkleipissebedje twee even grote uitsteeksels met een borstel op terwijl bij het Zeekleipissebedje slechts één uitsteeksel een borstel draagt en de andere minder ontwikkeld is. Bij het Rivierkleipissebedje staat er op de top van endopodiet van de tweede pleopood naar binnen gerichte knobbels, bij Zeekleipissebedje vormt de top van deze endopodiet een naar buiten gericht haakje. 2,8 – 4 mm.

Habitat:

Rivierkleipissebedje is een bodembewonende soort die voorkomt in loofbossen aan de oevers van stromend water of toch minstens met stromend water in de nabije omgeving. Dit stromend water varieert van kleine bronbeekjes tot grotere rivieren. Meestal is de soort slechts in beperkte aantallen te vinden. Rivierkleipissebedje is ook te vinden in bebouwde omgeving waar ze veel minder gebonden is aan stromend water. De soort wordt er aangetroffen in wegbermen, parken, kerkhoven en tuinen in dorpskernen. In de Ardennen is de soort enkel antropogeen gevonden. In loofbossen is Rivierkleipissebedje het best te vinden tussen strooisel en onder dood hout. Aangezien de soort klein is en in lage aantallen voorkomt, geeft het zeven van strooisel het beste resultaat, maar ook het zeven van het laagje aarde net onder dood hout kan waarnemingen opleveren. In bebouwde omgeving kan ze het best gevonden worden door half ingegraven stenen los te trekken. Rivierkleipissebedje wordt voornamelijk in de maanden oktober tot en met april gevonden aangezien de soort in de zomermaanden dieper in de grond kruipt.

Verspreiding in België:

Zeldzaam in de leemstreek en ten zuiden van Samber en Maas. Ontbreekt in het noorden van het land.

EN:

Rare in the loam area and south of Sambre and Meuse. Absent in the rest of the country. A soil inhabiting species occurring in deciduous forest along small streams and rivers. Always in low numbers. Also anthropogenic in graveyards, road­side verges and gardens.

FR:

Rare dans la zone limoneuse et au sud du sillon Sambre-et-Meuse. Absent dans le reste du pays. Espèce vivant dans le sol et présente dans les forêts de feuillus près des cours d’eau. Toujours en petit nombre. Également anthropique dans les cimetières, au bord des routes et dans les jardins.

Verspreiding in buurlanden:

Een West-Europese soort.

Literatuur:

Vandel (1960, 1962), Gruner (1966), Hopkin (1991), Berg & Wijnhoven (1997).

Afdrukken