Trichoniscoides sarsi

Nederlandse naam: Zeekleipissebedje

System-Map-icon

Gert Arijs 20151109 165756 7709

Beschrijving:

Rivierkleipissebedje en Zeekleipissebedje zijn uiterlijk identieke soorten en kunnen in het veld niet van elkaar onderscheiden worden. De soorten zijn wit, crèmekleurig, lichtroze tot zelfs opvallend oranje van kleur met vaak heldere roze en witgele vlekjes naar het einde van het lichaam toe. Het lichaam en antennen van beide soorten zijn bedekt met kleine knobbeltjes. Het oog bestaat uit één ocellus die kenmerkend roodbruin van kleur is. Vanuit deze ocellus stralen roodbruine vertakkingen straalsgewijs uit.

Voor een zekere determinatie is genitaal onderzoek van mannetjes nodig, vrouwtjes van beide soorten zijn niet van elkaar te onderscheiden. Op de hoek van de exopodiet van de eerste pleopood van het mannetje staan bij het Rivierkleipissebedje twee even grote uitsteeksels met een borstel op terwijl bij het Zeekleipissebedje slechts één uitsteeksel een borstel draagt en de andere minder ontwikkeld is. Bij het Rivierkleipissebedje staat er op de top van endopodiet van de tweede pleopood naar binnen gerichte knobbels, bij Zeekleipissebedje vormt de top van deze endopodiet een naar buiten gericht haakje. 2,8 – 4 mm.

Habitat:

Zeekleipissebedje is een bodembewonende soort die in de polders en aan de kust in natuurlijk habitat voorkomt en in zijn volledig verspreidingsgebied in bebouwde omgeving en halfnatuurlijk habitat aan de oevers van beken en rivieren. In de polders wordt de soort talrijk gevonden aan oevers van beken en grachten tussen graszoden en onder dood hout. Ook in wegbermen en onder strooisel van houtkanten en bomenrijen nabij water komt Zeekleipissebedje in grote aantallen voor. Buiten de polders wordt Zeekleipissebedje regelmatig aangetroffen in halfnatuurlijk habitat zoals oevers van ingedijkte rivieren, ingerichte overstromingsgebieden en oude kleiwinningsputten. Tot slot komt de soort ook voor binnen stads- en dorpskernen in tuinen, kerkhoven en parken. Ze kan het best gevonden worden door half ingegraven stenen los te trekken en om te draaien of vochtige bodem van sloot-, beek- en rivieroevers te zeven. Zeekleipissebedje wordt voornamelijk in de maanden oktober tot en met april gevonden aangezien de soort in de zomermaanden dieper in de grond kruipt.

Verspreiding in België:

Zeer algemeen in de polders, vrij algemeen in de zandleem- en leemstreek. In de rest van het land zeer zeldzaam tot afwezig.

EN:

Very common in the polders and rather common in the sandy loam and loam region. Very rare or absent in the rest of the country. A soil inhabiting species occurring on sea clay soils along ditches and small streams in the polders. More inland along the sides of large rivers. Across its entire distribution range also commonly found in anthropogenic environments.

FR:

Très commun dans les polders et relativement commun en zones sablo-limoneuse et limoneuse. Très rare ou absent dans le reste du pays. Vit enfoui dans les sols d’argile marine le long des fossés et des petits cours d’eau des polders. À l’intérieur des terres, le long des grandes rivières. Sur l’ensemble de son aire de répartition, on le trouve également couramment en milieu anthropique.

Verspreiding in buurlanden:

Een West-Europese soort met een verspreiding van Zuid-Frankrijk tot het zuiden van Zweden en Noorwegen.

Literatuur:

Vandel (1960, 1962), Hopkin (1991), Berg & Wijnhoven (1997), Lock (2001).

Afdrukken