Trichoniscus pusillus

Nederlandse naam: Paars drieoogje

System-Map-icon

Tpus-prov GeAr 20141207 102559 8266

Beschrijving:

Glanzend donker- tot rozebruin met ongepigmenteerde verspreide vlekjes. Het oog bestaat uit drie weinig verheven ocellen, wat vaak moeilijk te zien is. Onderscheid met het Paars drieoogje (Trichoniscus provisorius) kan enkel gebeuren op basis van microscopische kenmerken of door de sex-ratio te bepalen van een 30-tal exemplaren van één locatie. 3 à 4 mm.
Bron: (Berg en Wijnhoven, 1997)

Habitat:
Het Paars drieoogje (Trichoniscus pusillus) komt voor in vochtig loof-, naald- en gemengd bos, in parken, vochtige graslanden, aan slootkanten, oevers, vochtige ruderale plaatsen en soms in tuinen. Hij zit onder hout, takken, stenen, plastic, slootmaaisel, bladstrooisel, tussen kiezels, enzovoort. De soort verdraagt brak water maar geen zout en ontbreekt daarom op kwelders en gorzen. Het is een zeer eurytope soort: er zijn weinig plaatsen waar hij niet voorkomt.
Waarschijnlijk stelt Trichoniscus provisorius striktere ecologische eisen dan zijn zeer opportunistische tegenhanger Trichoniscus pusillus. Er zijn aanwijzingen dat hij minder goed lage wintertemperaturen verdraagt.
Bron: Pissenbeddenproject.nl

Verspreiding in België:
Oorspronkelijk. Zeer algemeen.
Bron: Wouters et al. 2000

Verspreiding in buurlanden:
Nederland: zeer algemeen, verspreid (Berg et al. 2008); Groot-Brittannië: zeer algemeen, verspreid (Harding & Sutton 1985); Duitsland: zeer algemeen, verspreid (Gruner 1966, Jörg Spelda pers. med. 2005).
Bron: Pissenbeddenproject.nl

Literatuur:
Harding & Sutton (1985: ecologie), Wijnhoven (2000, 2001: ecologie), Wijnhoven & Berg (1999: iridovirus), Berg et al. (2008).

Afdrukken E-mail

© 2014-2018 - Spinicornis.be